Wikia


V. Wat de donder zeiEdit

Na het licht van toortsen op bezwete gezichten,

na de ijzige stilte in de tuinen,

na de doodstrijd op stenige plaatsen,

het geschreeuw, het gehuil,

na kerker, paleis en het weerklinken

van de lentedonder over verre bergen,

is hij die eens leefde nu gestorven;

wij die eens leefden liggen nu op sterven,

als we even geduld hebben. 

Er is geen water hier, maar enkel rots,

rots en geen water en de zandige weg,

de weg naar boven door de bergen,

de bergen die van rots zijn en zonder water.

Was er water, we zouden ervan drinken,

maar hier kun je niet stoppen en niet denken,

zweet is droog en voeten in het zand.

Als er maar water was tussen de rotsen,

dode rots, rotte tanden, droge mond,

niemand die hier ooit lag of zat of stond,

en er is zelfs geen stilte in de bergen,

enkel een droge donder zonder regen,

er is zelfs geen eenzaamheid in de bergen,

enkel rode koppen grommen en grauwen

uit de deuren van modderige hutten.

Was er maar water

en geen rots,

was er maar rots

en ook water,

en water,

een bron,

een waterpoel tussen de rotsen.

Als er maar alleen het geluid was van water.

Niet de krekels

en het zingen van droog gras,

maar het geluid van water over rotsen,

en de lijster die zingt in de dennen,[1]

drup drup, drup drup, drup drup,

maar er is geen water.


Wie is de derde die naast u wandelde?

Als ik tel zijn we maar met zijn tweeën, u en ik.

Maar als ik voor me kijk over de witte weg

dan loopt er altijd nog iemand naast u,

zich bewegend in een bruine mantel met een kap,

een man? een vrouw? ik kan het niet zien.

- Maar wie loopt daar aan uw andere zijde? [2]


Wat is dat voor geluid, daar hoog in de lucht?

Wat is dat voor moederlijk geklaag?

En die horden die in hun mantels gewikkeld

over eindeloze vlakten zwermen, struikelen in spleten,

met om hen heen een vlakke horizon.

Wat is dat voor stad achter de bergen

die voortdurend instort en zich weer opbouwt

en uiteenbarst in de violette hemel?

Torens die vallen,

Jeruzalem, Alexandrië, Athene,

Londen, Wenen,

Onwerkelijke steden.


Een vrouw maakte haar lange zwarte haren

tot snaren voor een fluistermelodie,

vleermuizen met kindergezichten die

in het violette licht floten en klapwiekten,

ze kropen ondersteboven langs een pikzwarte muur,

en in de lucht torens, ondersteboven,

en klokslagen houden de tijd zonder mankeren bij,

en stemmen zongen uit lege cisternen en droge putten.


In dit bouwvallige hol in de bergen

zingt in het zwakke licht van de maan

het gras over vervallen graven, om de kapel.

Daar is de lege kapel waar de wind giert. [3]

De ruiten zijn eruit, de deur kleppert.

Droge botten doen niemand kwaad.

Er stond alleen een haan op de nokbalk,

kukeleku, kukeleku,

in een bliksemflits, dan plotseling

een plens regen.


Ganga [4] stond laag, de bladeren hingen,

snakkend naar regen. Ver weg

trokken zwarte wolken samen, boven Himavant [5]

De jungle kromp ineen, kromde zich in stilte.

Toen sprak de donder:

DA

Datta [6]: wat hebben we gegeven?

Mijn vriend, het bloed schokte mijn hart,

het enorme waagstuk van een ogenblik van overgave,

niet met een leven van voorzichtigheid te herstellen,

daardoor, en alleen daardoor hebben we geleefd -

iets wat niet in ons in memoriam staat,

noch in welwillend gesponnen biografieën,

of onder de zegels die de dorre notaris verbreekt,

in onze lege kamers.

DA

Dayadhva [7]: ik hoorde één keer, maar één keer,

de sleutel omdraaien in het slot.

Elk in onze kerker denken we aan de sleutel.

Denken aan de sleutel maakt de kerker de kerker.

Enkel 's avonds brengt rumoer in de lucht

een verslagen Coriolanus een ogenblik tot leven. [8]

DA

Damyata [9]: de boot luisterde goedgemutst

naar de ervaren zeiler,

de zee was kalm: ook jouw hart zou desgevraagd

goedgemutst hebben geluisterd, gehoorzaam geklopt

onder een ervaren hand.


Ik zat aan de kust

en viste, met achter mij kurkdroge vlaktes.

Zal ik tenminste orde brengen in mijn land?

London Bridge is falling down, falling down, falling down,'[10]

Poi s'ascose nel foco che gli affina, [11]

Quando fiam uti chelidon [12]- O zwaluw, zwaluw!

Le Prince d'Aquitaine à la tour abolie. [13]

Fragmenten die mijn ruïne moeten stutten.

Why then Ile fit you. [14]Hieronymo's mad againe. '[15]

Datta. Dayadhvam. Damyata.

Shantih shantih shantih. [16]





Terug naar De woestenij



  1. Eliot is preciezer: de hermit thrush die hij ooit hoorde in Detroit.
  2. Lucas 24:13-25; Eliot meldt dat deelnemers aan een poolexpeditie een soortgelijke ervaring hadden.  </li>
  3. Verwijzing naar Wagners Parsifal. </li>
  4. De naam van de godin van  de Ganges voor de rivier. </li>
  5. De naam van de god van de Himalaya voor het bergte zelf. </li>
  6. Sanskriet: Geef. </li>
  7. Leef mee. </li>
  8. Coriolanus zwichtte voor de smeekbeden van zijn moeder, bij zijn wraaktocht rtegen Rome. </li>
  9. Beheers je. </li>
  10. Kinderliedje. </li>
  11. Hij ging terug in het vuur dat hem loutert. Dante Purgatorio 26, 148. </li>
  12. Wanneer zal ik zijn als een zwaluw. Pervigilium Veneris. </li>
  13. De vorst van Aquitanië in zijn verlaten fort. Gérard de Nerval, Les Chimerères. </li>
  14. Je kunt krijgen waar je om vraagt. Thomas Kyd, The Spanish Tragedy. </li>
  15. Hieronymo heeft weer een aanval van waanzin. Idem. </li>
  16. Vrede, vrede, vrede. </li></ol>

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.